Een tuin met minder tegels en meer leven, dat klinkt misschien als een heel project, maar in de praktijk begin je gewoon met één tegelrij en een handvol planten. En eenmaal begonnen? Dan wil je eigenlijk niet meer stoppen. Want een natuurlijke tuin is niet alleen mooier om naar te kijken, hij is ook gewoon slimmer.
Waarom is een natuurlijke tuin nu zo relevant?
Nederlandse tuinen zijn nog altijd flink verhard, en dat is best schrikbarend als je er even bij stilstaat. Uit onderzoek van Stad & Groen blijkt dat gemiddeld 46,5 procent van de particuliere tuin uit verharding bestaat, en bij bijna één op de vijf tuinen is dat zelfs meer dan driekwart. Stel je voor hoeveel kansen daar liggen voor bodemleven, insecten en wateropvang!
Tegelijk zie je een duidelijke kanteling. In het kader van het NK Tegelwippen werden in 2023 ruim 4,5 miljoen tegels verwijderd, goed voor zo’n 82 voetbalvelden aan nieuw groen. En in 2025 meldde de organisatie dat het totaal inmiddels op 20 miljoen gewipte tegels stond sinds de start in 2020. Vergroening in de tuin is geen trend meer, het is echt een beweging geworden.
Waarom doet dat ertoe? Omdat een tuin met meer planten en minder beton in de zomer koeler blijft, regenwater beter absorbeert en insecten en vogels een plek biedt die ze in een kale bestrating gewoon niet vinden. Iedere vierkante meter groen telt mee, écht waar.
Wat levert minder tegels concreet op?
Minder verharding betekent méér: meer waterinfiltratie, meer verkoeling, meer biodiversiteit. Maar ook gewoon meer beleving door het seizoen heen. Een border vol vaste planten bloeit in golven van maart tot oktober, terwijl een terras van grijze klinkers het hele jaar hetzelfde oogt. Heb je dat ook wel eens, dat je naar buiten kijkt en eigenlijk niets ziet veranderen? Dat kan echt anders!
Uit consumentenonderzoek van Milieu Centraal blijkt bovendien dat tuineigenaren nog weinig inheemse en biologische planten kopen, terwijl die juist het best aansluiten op lokale insecten. Daar liggen dus kansen voor iedereen die zijn tuin wil verbeteren zonder er meteen een botanische tuin van te maken.
Kleine ingrepen hebben al effect. Een strook langs de schutting vervangen door bodembedekkers, een hoek omtoveren tot een mini-border, een enkel paadje versmallen zodat er ruimte ontstaat voor bloeiende planten. Zo begin je zonder grote investeringen, en je merkt meteen het verschil.
Hoe pak je een tuinrenovatie stap voor stap aan?
Begin met een eerlijke blik op de bestaande tuin. Waar staat de zon het langst? Waar blijft water staan na een regenbui? Welke hoeken gebruik je eigenlijk nooit? Die plekken zijn het vertrekpunt voor je tuinrenovatie, niet de plekken die al goed werken.
Een slimme aanpak is de proefzone-methode. Leg eerst één border of geveltuin aan, kijk hoe die groeit en wat er aanslaat, en breid daarna stapsgewijs uit. Zo behoud je overzicht over budget, onderhoud en waterafvoer, en kun je bijsturen zonder dat je direct de hele tuin op de schop neemt. Dat werkt vaak beter dan je denkt!
Hout en steen als basis voor een tijdloos tuinontwerp
Een natuurlijke tuin betekent niet dat je alle harde materialen wegooit. Juist de combinatie van hout en steen met weelderige beplanting geeft een tuin karakter en rust. Denk aan een robuust houten terras met daartussen lage grassen, of grote keien als stapstenen door een wilde border. Dit voelt meteen gezelliger aan dan een zee van grijs beton!
Uit eigen ervaring weet ik dat zwerfkeien en grind als bodembedekker niet alleen mooi ogen, maar ook uitstekend werken rondom planten die droge omstandigheden verkiezen, zoals lavendel of tijm. Je combineert sierwaarde met functie, en het onderhoud valt reuze mee.
Kies voor onbehandeld hout of gerecyclede materialen waar mogelijk. Dat past bij de natuurlijke uitstraling én bij een bewustere materiaalkeuze. Harde lijnen kun je vervolgens verzachten met organische plantvakken die de strakke geometrie doorbreken. Super mooi effect!
Welke planten passen het best bij een natuurlijke tuin?
De gouden regel: kies planten die passen bij jouw bodem en lichtomstandigheden, niet bij het plaatje in de catalogus. Inheemse soorten zoals vlier, knoopkruid, wilde marjolein en meidoorn trekken veel meer lokale insecten aan dan uitheemse sierplanten, en ze zijn vaak ook robuuster. Noem maar op!
Werken met lagen maakt een tuin ecologisch rijker. Een struik voor beschutting, vaste planten voor nectar, bodembedekkers om de grond te beschermen, en eventueel een klimplant langs de schutting. Zo gebruik je de ruimte efficiënter én geef je verschillende soorten insecten en vogels hun eigen plekje.
- Bodembedekkers: aardbei, ereprijs, klaver, vinca
- Vaste planten voor nectar: knoopkruid, agastache, echinops
- Struiken voor structuur: vlier, meidoorn, gelderse roos
- Klimplanten: kamperfoelie, clematis, klimop
- Grassen voor beweging: blauwgras, parelgras, vedergras
Onderzoek van de Tuinbranche laat zien dat 81 procent van de tuinbezitters iets extra wil doen voor de natuur. De bereidheid is er dus, de stap naar inheemse planten is vaak alleen nog niet gezet. Dus waar wacht je nog op?
Dus wat kun je nu doen?
Kies één plek in de tuin die je nu weinig gebruikt en ruim daar drie of vier tegels weg. Maak de grond los, voeg wat compost toe en plant er twee of drie inheemse vaste planten in. Dat is alles. Geen grote renovatie, geen forse investering, maar wel een begin dat zichzelf bewijst zodra de eerste bij langskomt.
Een natuurlijke tuin groeit het best langzaam, net als de natuur zelf. Stapsgewijs vergroenen werkt beter dan een complete tuinrenovatie in één weekend, want zo ontdek je wat werkt op jouw plek, met jouw bodem en jouw lichtinval. En geloof me: als die eerste border eenmaal staat te bloeien, wil je alleen maar meer. Wedden dat je er elke dag blij van wordt?

