Woonkamer met sfeervolle verlichting in meerdere lichtlagen

Verlichtingsplan maken voor je huis: zo doe je dat in 5 stappen

Een verlichtingsplan maken betekent simpelweg dat je per ruimte op papier zet welk licht waar komt, hoe fel het schijnt en met welke knop je het aanzet. Doe je dat vooraf, dan hoef je later geen leidingen bij te trekken en staat er geen enkele lamp op de verkeerde plek. Een verlichtingsplan maken kost je één avond aan de keukentafel en scheelt je jaren ergernis.

Ik loop hieronder de vijf stappen met je door die ik zelf altijd aanhoud, inclusief de lumenwaarden, de kleurtemperaturen en de montagehoogtes. Zo kun je je verlichtingsplan meteen invullen in plaats van er alleen over te lezen.

Wat is een verlichtingsplan en waarom zou je er een maken?

Een verlichtingsplan is een tekening per ruimte waarop staat waar de lichtpunten komen, welk type licht er hangt, hoeveel lumen het geeft en welke schakelaar erbij hoort. Het is geen technisch document voor de installateur alleen. Het is vooral jouw eigen gebruiksaanwijzing van je huis.

Zonder plan hangt er in de meeste huizen precies één lichtpunt midden aan het plafond. Dat is alsof je een hele kamer met één zaklamp verlicht: overal evenveel licht en nergens sfeer. Verdeel datzelfde licht over vier of vijf punten en je kamer verandert per moment van de dag. Wat een verschil zeg.

Wat heb je nodig om een verlichtingsplan te maken?

Weinig, en dat is nou juist het leuke. Om een verlichtingsplan te maken heb je vooral maten en een beetje tijd nodig, geen dure software.

  • Een plattegrond op schaal 1 op 50, of gewoon ruitjespapier waarbij één hokje 25 centimeter is.
  • Een rolmaat van vijf meter en een potlood met gum.
  • Drie kleuren stift of potlood, eentje per lichtlaag.
  • De maten van je grote meubels: bank, eettafel, bed, werkblad, kast.
  • Een lijstje per ruimte van wat je er doet, van koken tot lezen tot huiswerk maken.
  • De meterkast in beeld: welke groepen zijn er en wat hangt eraan?

Meet ook even je plafondhoogte. Onder 2,40 meter werken hanglampen in looproutes niet fijn, en boven 2,70 meter kun je juist prachtig uitpakken met lange pendels.

Stap 1: begin je verlichtingsplan met een plattegrond

Teken elke ruimte op schaal en zet de meubels erin op de plek waar ze straks echt komen te staan. Klinkt logisch, en toch is dit de stap die het vaakst wordt overgeslagen. Een lichtpunt hoort boven je eettafel te hangen, niet midden in de kamer waar die tafel helemaal niet staat.

Noteer per ruimte:

  1. De ramen en de windrichting, want een kamer op het noorden vraagt overdag al om kunstlicht.
  2. De bestaande lichtpunten, schakelaars en stopcontacten.
  3. De activiteiten: lezen, koken, eten, werken, opmaken, tv kijken, spelen.
  4. De looproutes, zodat je geen lamp op kopshoogte inplant.

Kleur daarna de plekken in waar je echt gericht licht nodig hebt. In de keuken zijn dat het werkblad en de kookplaat, twee zones waar optimaal licht het verschil maakt tussen prettig koken en snijden in je eigen schaduw. Vergeet de spoelbak niet, daar sta je vaker dan je denkt.

Stap 2: verdeel het licht in drie lagen

Mooi licht bestaat altijd uit drie lagen die je los van elkaar kunt schakelen. Reken per ruimte op minstens drie lichtbronnen, en in een woonkamer eerder op vijf tot zeven.

  • Basislicht: het algemene licht waarmee je de ruimte gebruikt. Een plafondarmatuur, spots of een flinke hanglamp.
  • Taaklicht: gericht licht op de plek waar je iets doet. Een leeslamp, een spot boven het werkblad, een spiegellamp.
  • Sfeerlicht: de accenten die diepte geven. Een tafellamp, een wandlamp, een ledstrip in een nis, een spot op een schilderij.

Teken elke laag in een eigen kleur op je plattegrond. Zie je aan het eind een ruimte die helemaal blauw is? Dan heb je daar alleen basislicht en weet je precies waar je nog even door moet tekenen.

Stap 3: bepaal lumen en kleurtemperatuur per ruimte

Reken met lumen per vierkante meter voor je basislicht en met lux op het werkvlak voor je taaklicht. De kleurtemperatuur bepaalt de sfeer: hoe lager het aantal kelvin, hoe warmer en goudgeler het licht.

Ruimte Basislicht Kleurtemperatuur Taaklicht
Woonkamer 100 tot 150 lm/m2 2700 K Leeslamp 400 lm
Keuken 200 tot 300 lm/m2 3000 K 500 lux op blad
Badkamer 200 tot 300 lm/m2 3000 K Spiegel 2 lampen
Slaapkamer 50 tot 100 lm/m2 2200 tot 2700 K Bedlamp 200 lm
Werkplek 150 lm/m2 3000 tot 4000 K 500 lux op blad
Hal en trap 100 tot 150 lm/m2 2700 K Traptrede-licht

Kies lampen met een kleurweergave-index van 90 of hoger. Onder de 80 zien hout, huid en textiel er dof en grauw uit, en dat valt vooral aan de eettafel meteen op. Let ook op het verbruik per lichtpunt: energiezuinige verlichting in huis scheelt over vijf lampen zomaar tientallen euro’s per jaar. Reken dus even door hoeveel watt je in totaal inplant.

Stap 4: kies de armaturen en leg de lichtpunten vast

Nu pas ga je lampen uitzoeken, want de plek en de sterkte liggen al vast. Werk met deze montagehoogtes, ze kloppen in vrijwel elk huis:

  • Hanglamp boven de eettafel: onderkant 75 tot 85 centimeter boven het tafelblad.
  • Diameter van die hanglamp: ongeveer een derde van de tafelbreedte.
  • Inbouwspots: hart op hart 100 tot 120 centimeter, en 40 tot 60 centimeter uit de muur.
  • Wandlampen in een gang of woonkamer: 150 tot 160 centimeter boven de vloer.
  • Een spot op een schilderij: onder een hoek van zo’n 30 graden, dan spiegelt er niets.
  • Vloerlamp naast de bank: net achter je schouder, nooit in je zichtlijn.

Zet elk punt met een kruisje op je plattegrond en schrijf het type ernaast. Voor de woonkamer kun je met moderne led-verlichting alle kanten op, van dimbare pendels tot slanke lichtlijnen langs het plafond. Schrijf bij elk kruisje ook het aantal lumen, dan hoef je in de winkel niet meer te twijfelen.

Stap 5: schakelen en dimmen in je verlichtingsplan zetten

Je plan is pas af als je weet welke knop welk licht bedient. Geef elke laag een eigen schakelaar en je gaat met één druk van werklicht naar avondlicht. Heerlijk.

  1. Teken de schakelaars in op 105 centimeter hoogte, aan de kant waar de deur opengaat.
  2. Gebruik een hotelschakeling bij het bed, boven en onder aan de trap en aan beide uiteinden van een lange gang.
  3. Neem geschakelde stopcontacten op voor je vloer- en tafellampen, zodat je niet elke avond langs vijf lampjes hoeft.
  4. Kies dimmers die geschikt zijn voor led, met fase-afsnijding, en let op de minimale belasting van vaak drie tot tien watt.
  5. Kun je niet hakken? Werk dan met slimme lampen en een draadloze wandschakelaar op precies dezelfde plek.

Laat het aansluiten door een erkende elektricien en geef je tekening gewoon mee. Voor natte ruimtes gelden extra regels rond spatwaterdichtheid; welke lamp waar mag hangen, lees je in ons stuk over verlichting in de badkamer.

Welke fouten maken mensen bij het maken van een verlichtingsplan?

De meeste plannen lopen op dezelfde vijf dingen vast. Loop ze even langs voordat je gaat boren.

  • Alleen basislicht intekenen, waardoor de hoeken donker blijven en de kamer plat oogt.
  • Te koud licht in woonruimtes: 4000 kelvin voelt ’s avonds als een wachtkamer.
  • Alle lampen op één schakelaar, waardoor je nooit een tussenstand hebt.
  • Stopcontacten voor losse lampen vergeten, precies op de plek waar de bank komt.
  • Geen licht in kasten, bergingen en de meterkast, waar je juist met een volle wasmand staat.

Loop je plan als laatste nog eens door met deze ene vraag: kan ik in elke ruimte drie sferen maken? Lukt dat, dan ben je klaar. Pak dat potlood en begin gewoon met de kamer waar je het vaakst zit. Wedden dat je binnen een half uur ziet hoeveel er te winnen valt?

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *